Twee nieuwe boeken erbij deze week

Vlak voordat we de decembermaand ingaan, zijn twee nieuwe titels bij ons verschenen. De jongste managementboeken van Frank Peters en Bert Overbeek zijn namelijk deze week bij ons uitgekomen.

Gisteren is ‘Crisiscommunicatie voor iedereen‘ van Frank Peters verschenen. Dit is een praktisch boekje op kleiner formaat met ’46 tips voor crisismanagement’ en een vervolg op het vorig jaar van dezelfde auteur verschenen ‘Mediatraining voor iedereen‘.

Vandaag is daarnaast ‘Goden en Goeroes‘ van Bert Overbeek verschenen. In het boek behandelt de auteur ‘inspiratiebronnen op de werkvloer’. Het is alweer het vierde managementboek van Bert Overbeek dat bij ons is verschenen. Zijn eerdere boeken (‘Het Flitsbrein‘, ‘Mannen en/of Vrouwen‘ en ‘Diversiteit‘) behaalden allen een top-10 positie in de verkooplijst bij Managementboek.

Diversiteit in gedrag

Toen ik 38 was (21 jaar geleden) had ik nog een echte leidinggevende. Altijd leuk, een leidinggevende. Niets fijner dan gecontroleerd te worden door iemand, waarvan je dingen accepteert, waarvoor je een ander in de kliko zou laten verdwijnen. Hierarchie moet er zijn, zeker voor de zoon van een militair, zoals ik, die van oudsher de wereld had leren opdelen in generaals, kolonels, grootmajoors, sergeant-majoors, kortom: in rangen en standen.

Naar wat hoger staat in de rangorde heb je te luisteren, leerde ik, dus nam ik mijn leidinggevende zeer serieus. Bert, zei ze, jij bent creatief, niet zo georganiseerd en ik vind je ook vrij druk. Dat hoorde ik mijn hele leven al, maar in plaats van het te onderkennen, schoot ik onmiddellijk in een contractie van verzet als iemand me drukte verweet.

Maar goed, hierarchisch hoger geplaatst, dus ik naar de RIAGG om het te laten meten. Daar zat een door het bleekmiddel van routine flets geworden psychiater zinnen af te draaien, die leken op de digitale stemmen die tegenwoordig in treinen en trams te horen zijn bij de nadering van een station. Alleen ging er bij hem geen pling plong vooraf aan zijn teksten.

Ik moest een test doen. Ik werd wat nerveus van zijn als geruststelling bedoelde, ingestudeerde vriendelijkheid, die toen mode was bij zielenknijpers, die geen aandacht meer konden opbrengen voor het allooi loze gebabbel van hun patiënten. Om te voorkomen dat dat opviel, waren ze hun patiënten cliënten gaan noemen, wat hun gedrag een professionele en fatsoenlijke lay out gaf. De test bevatte 40 vragen, waarvan ik er 33 zo beantwoordde, dat de RIAGG-psychiater concludeerde, dat ik er inderdaad van uit mocht gaan dat ik ADHD had. Dat vond ik wel fijn. Een etiketje kon nooit kwaad.

‘Ben je nu alweer vergeten boodschappen te doen?’

‘Oh, sorry. Typisch zo’n ADHD-ding.’

‘Bert, waarom heb je de Le Creuzet pan nu in de afwasmachine gezet? Ik heb al honderd keer gezegd dat die daar niet in mag!’

‘Hè verdikkie, heb ik het weer gedaan? Het zal mijn ADHD zijn.’

Ik slikte twee weken ritalin, op advies van het RIAGG, maar dat deed niets. En na het bezoek aan een avondje van ADHD’ers wist ik het zeker. Ik had geen ADHD. Ik kwam daar mensen tegen, die pillen moesten slikken om te voorkomen, dat ze iemand op straat niet op zijn gezicht timmerden, alleen maar omdat ze dat gezicht irritant vonden. Verder vertelden mensen dat ze naar de winkel gingen, en daar totaal vergaten welke boodschappen ze ook weer moesten doen. Soms probeerden ze nog meer te vertellen, maar dan liepen alle aanwezigen zomaar het gesprek uit, of vielen hen in de rede, of begonnen zelf een verhaal te vertellen terwijl de ander nog bezig was. Ik ben nog nooit zo moe geweest als na dat uurtje daar.

Nee, ik had geen ADHD. Het etiket kon de prullenbak in. Ik beschikte gewoon over veel energie, had een extra batterij in mijn genetische laatjes meegekregen. En zo is het natuurlijk heel vaak. Dat we gedrag een psychiatrisch etiket meegeven. Iemand die wat stiller is, en zich graag terugtrekt in zijn bezigheden, noemen we een autist. Mannelijke ex-partners heten narcisten, vrouwelijke borderliners. Vertoont iemand door overmatige sporttraining veel energie, dan is hij een ADHD’er. En iemand die door zijn hormonencocktail stemmingswisselingen ondergaat, plakken we de sticker schizofreen op zijn voorhoofd.

Dit psychiatriseren van gedragsdiversiteit is een maatschappelijk verschijnsel geworden. En het begint al op de basisschool. Op iedere school zijn er wel 2 of 3 leerkrachten uit het bestand te vissen, die rondlopen als de geheime dienst van het zieleknijperscircuit. Met grote stelligheid strooien ze ziektebeelden rond over hun leerlingenbestand, alsof het pepernoten zijn op een sinterklaasfeest. En dat gaat vrolijk verder na de basisschool. Ik hoor steeds vaker managers en medewerkers die een collega met enige argwaan bekijken, en er dan een etiket op plakken.

‘Volgens mij leidt Wiebe aan een agressief-compulsieve stoornis.’

‘Kees is echt een autist, hoor. Ik weet het bijna zeker.’

Zouden we niet beter weten, dan zouden we met de schrijver W.F. Hermans kunnen zeggen, dat we door gevaarlijke gekken omringd zijn. Dus wenden we ons tot schrijvende psychiaters als Dirk de Wachter, die de hele wereld ongeveer tot een psychiatrische inrichting omtoveren. Wat commercieel bijzonder handig is, want de psychiatriseringsneigingen leggen hen geen windeieren.

Beter kan je psychiatrische patiënten lezen, zoals Jacob Maarten Arend Biesheuvel. Dan zie je wat een echte psychiatrische stoornis is. En ga anders eens kijken op een school voor bijzonder onderwijs. Waar kinderen volkomen van hun stuk raken, als je een gebakje afslaat wat ze je aanbieden omdat ze jarig zijn. Dan weet je wat autisme is, of tot wat voor moeilijkheden ADHD kan leiden. Hokjesgeest past bij de mens, het is een biologische eigenaardigheid van onze soort, waar we het etiket ‘caterogoriseringsdrift’ op kunnen plakken, als we toch met etiketten willen strooien. En, voor de goede orde, categoriseringsdrift is geen dwangneurose.

Bert Overbeek in bushokje

Over enkele weken verschijnt het nieuwe managementboek van Bert Overbeek, getiteld ‘Goden en goeroes‘. De cover en het manuscript zijn inmiddels gereed, dus de hoogste tijd om te gaan plakken…

Het manuscript is geredigeerd en ligt bij de vormgever, en het coverontwerp is ook klaar. En inmiddels is het boek ook al via alle Nederlandse en Belgische boekhandels te bestellen. Over ruim drie weken is ‘Goden en goeroes‘ dan leverbaar.

Hedenmiddag zijn de eerste posters met de cover van ‘Goden en goeroes‘ opgehangen in enkele Amsterdamse bus- en tramhokjes. Meer acties zullen de komende periode worden uitgevoerd.

Nieuwe titels in het najaar

Komende drie maanden zullen nog zeven nieuwe titels bij ons verschijnen. In de eerste helft van  2018 lag de nadruk op ‘consumententitels’, en in het komende kwartaal zullen met name ‘managementtitels’ bij ons gaan verschijnen.

Oktober, november en december worden drukke maanden met liefst zeven nieuwe managementboeken. Onze huidige auteurs Frank Peters (‘Crisiscommunicatie voor iedereen‘), Ronald van Aggelen (‘Mindhacking voor teams‘) en Bert Overbeek (‘Goden en goeroes‘) komen met nieuwe boeken, terwijl Eric Heres een ‘uitstapje maakt’ en nu met het boek ‘Van missie naar strijd‘ over veteranen komt.

Verder verschijnen nog drie boeken van ‘nieuwe’ auteurs: Paul Schmidt komt met ‘Mission Command‘ (over leiderschap) en Julia Hart komt met ‘Carriere Geheimen‘ plus de Engelse vertaling hiervan (‘Insider Secrets‘). 

Alle titels verschijnen weer als papieren boek en als e-book, en zijn bij alle Nederlandse en Belgische boekhandels verkrijgbaar.

Regels! Normen en waarden!

Ik ken een man met een snor, die auditor is en organisaties doorlicht, en die enorm opleeft als hij zich aan de regeltjes houdt. Hij is geen vriend, maar iemand die ik regelmatig in onze straat zie lopen. Soms wil hij een praatje maken, bijvoorbeeld als de straat afgesloten is om leidingen te leggen, met alle herrie die daarbij hoort. Dan komt hij kijken of mensen niet toch stiekem op plaatsen lopen waar ze niet mogen komen. Als hij in de buurt is, komt dat steeds minder vaak voor.

Het maakt niet uit of het om belangrijke of minder belangrijke regeltjes gaat, want hij heeft moeite om hoofd- en bijzaken van elkaar te scheiden. Hij windt zich bijvoorbeeld niet alleen op over opgeschoten jongetjes die geen meisjes kunnen krijgen, en dat compenseren met straatraces, maar ook over mensen die voordringen bij de slager of mensen die per ongeluk een papiertje op straat laten vallen.  

Het gebrek aan vermogen tot onderscheid vindt hij volmaakt onbelangrijk, vertrouwde hij me toe, daar gaat het immers niet om. Mensen ‘dienen zich’, zegt hij alsof hij een ambtelijk gebod voorleest, zich ‘te allen tijde’ aan de regels te houden. Wie zich er niet aan houdt, begaat een overtreding, en ‘dient’ zich daar niet alleen bewust van te zijn, maar tevens een verbale schrobbering te krijgen. Meestal met de hypnotiserende ogen van een giftig reptiel dat zijn prooi aankijkt voordat hij hem aanvalt.

Nog boeiender lijkt het voor hem om discussies te voeren met argeloze mensen, die zich door de routine van het leven niet aan regels houden. Dat doet hij trouwens zonder aanzien des persoons. Jong en oud moeten eraan geloven als hij met het elan van een stalinistische beul plotseling tevoorschijn springt, en tot schrik van ook andere aanwezigen, iemand openlijk terechtwijst op een overtreding. Want, vindt hij, correcties moeten altijd zo openlijk mogelijk. Heeft niets met vernedering te maken. Het is gewoon ter bevordering van het fatsoen, die warme morele deken voor hen die geloven in het waanbeeld, dat ze zijn als een hond die terugkomt van een gehoorzaamheidscursus.

Als er niets te regelen valt, wat met zijn oog voor detail zelden voorkomt, begint hij zich te vervelen. Dan wordt hij een soort alpinaire marmot in winterslaap, wat een merkwaardig contrast vormt met de rest van zijn karakter. Het blijft een eigenaardig beeld, om deze man, die tijdens zijn zelf bedachte rondes het toppunt van opmerkzaamheid is, te zien sudderen in de jus van ledigheid.

Deze eigenschap maakte hem lang geleden ongeschikt voor militair of politieagent: hij verloor ook toen al de noodzakelijke alertheid als er langdurig geen overtreding plaatsvond. Een leven zonder overtreding is net zo erg voor hem, als een vrouw die haar haar groen of blauw heeft geverfd. Dat vindt hij weerzinwekkend. Hij houdt nu eenmaal van naturel, en van -zoals hij dat zegt- ‘authontiek’.

De regels zijn zijn kleur. In zijn veel te vroeg zindelijk gemaakte hersenpan bestaat er geen grotere bron van inspiratie dan het in de juiste volgorde uitvoeren van voorschriften, en de zorg dat anderen dit ook doen. Iemand die dat niet doet, is voor hem altijd een moedwillige overtreder. Hij is trouwens nooit te beroerd om iemand na een verbale afstraffing te helpen. De volledig in de prak geprate zondaar, die zojuist met het nodige aplomb in een ketel schuldgevoel is ondergedompeld, heeft dan de volledige bereidheid om zich te onderwerpen, als een door dobbelmanpintchers bedreigde chihuahua. En onderwerping wekt onmiddellijk zijn sympathie op. Mildheid overmant de trekken van zijn gelaat, op zo’n moment. Hij licht nog eens toe wat de regel is, voor de ander een college in zaken die hem bekend zijn.

‘Ik weet het, ik weet het’ probeert die.  Maar onze regelman schudt zijn hoofd.

Weten en weten is twee, zegt hij kordaat. Iets weten is iets anders dan het ook toepassen. De ander knikt dan, maar je ziet dat er weerstand opspeelt tegen die eigen bevestiging. Weerstand die niet geuit wordt, want elke tegenspraak beantwoordt de regelman met een nieuwe lange uitleg.  En die vermijd je liever. Netjes. Anders overtreed je de regels. En de regelman zal niet toestaan dat je de deken van het fatsoen van de werkelijkheid aftrekt.

Dat zou teveel kleur geven. En het bestaan moet niet teveel kleur hebben. Tenzij het natuurlijk voortkomt uit regels.

Bert Overbeek bij Bruna Den Haag CS

Sinds vandaag liggen de managementboeken van onze auteur Bert Overbeek ook in de schappen bij de Bruna winkel op Den Haag Centraal Station. Toch wel weer een mijlpaal…

De afgelopen jaren zijn ‘Het Flitsbrein‘ (nummer 7 bij Managementboek), ‘Mannen en of Vrouwen‘ (nummer 5 bij Managementboek) en ‘Diversiteit‘ (nummer 3 bij Managementboek) verschenen en die waren allen zeer succesvol. Nu heeft dus ook de Bruna-vestiging op station Den Haag CS (een zogeheten A-locatie waar heel veel mensen komen) besloten om deze titels in de winkel neer te leggen.

Over enkele maanden verschijnt het nieuwe managementboek ‘Goden en Goeroes‘ van Bert Overbeek.

Managers vrezen gezichtsverlies

Vanmorgen sprak ik Myrthe. Zij is een redelijk nuchtere vrouw, werkzaam als psychologe in de zorgbranche. Ze zit behoorlijk hoog in de organisatie en ik vind haar grappig. Snel en met het nodige relativeringsvermogen brengt ze zaken terug tot hun essentie, en berooft ze van hun mythische aureooltjes. 

Ze moest iets bekennen zei ze, met pretoogjes. Zo maakt ze me altijd nieuwsgierig en dat weet ze.

“En je mag het niet verder vertellen.”

“Je kent me.”

“Daarom benadruk ik het nog maar eens.”

Na een lange uitleg over dat het goed met haar ging, maar dat ze zelf had geconstateerd dat ze te druk was en te snel ging, kwam ze op de proppen met haar bekentenis. Ze volgde een ‘nogal zweverige’ ademhalingscursus.

“Toe maar,” zei ik.

“Ja ja, nuchtere Myrthe aan de spiri-spiri,” grijnsde ze.

“Baat het je?”

“Ik denk van wel. Ik let nu op mijn ademhaling, en dat maakt me toch rustiger.”

Er volgde een heel verhaal, met veel humor doorspekt, dat het misschien allemaal wel onzin kon zijn, maar dat ze dingen tegenwoordig beoordeelde op hun effect.

“Als het werkt, maakt me niet uit of het wetenschappelijk klopt.”

Ik vertelde haar dat ik me niet verbaasde. Niet over de ademhalingsbijeenkomsten, en evenmin over het feit dat ze daar wat lacherig over deed.

“Ik ken heel veel mensen in topfuncties die spirituele begeleiders en genezers consulteren, en daar met wat gêne over praten.”

In Nederland moeten we altijd cabaretiers imiteren als we iets doen wat boven het maaiveld uitkomt, of buiten de wetenschappelijk verantwoorde paden treden. Cynisme of ironie zijn ons Hollandse antwoord op dingen die we met onze ‘nuchtere’ normstelsels eigenlijk een beetje raar vinden. En ademhalingsoefeningen zijn eng, zeker als we er ook nog geluid bij moeten maken, of de oefeningen met anderen erbij doen.

De spirituele wegen die topfunctionarissen in organisaties bewandelen houden ze vaak verborgen. Desgevraagd geven ze als reden: gezichts- en reputatieverlies.

“Als ik vertel dat ik een magnetiseur in de Noord-Oost polder bezoek, neemt niemand me meer serieus…”

En dat is dan weer grappig. Dat we kennelijk geheimzinnig moeten doen over dat wat ons inspireert en drijft. De grote wetenschapper Marcus du Satoy ziet spiritualiteit als een wellicht nuttig opstapje naar wetenschappelijk onderzoek, omdat spirituele oriëntatie vaak de goede vragen stelt. Heel wat wetenschap heeft vragen kunnen beantwoorden doordat religies of spirituele stromingen ze stelden.

Dus mijn advies? Loslaten, die angst voor spirituele gedrevenheid, of ademhalingstechnieken. Je overgeven, en het loslaten van die zogenaamde nuchterheid, dat is heel goed mogelijk, als je niet alles weg relativeert met zogenaamde nuchterheid. Ja, dat geldt ook voor jou, Myrthe. En laat die cabaretiers en hun imitatoren en fans nu maar lekker doorgrappen. In een land dat vroeger bekend stond om zijn dominees, hebben cabaretiers die rol overgenomen. Maar betweters blijven het. Hoe zeer ze ook de grapjurk spelen.

Titel nieuwe boek Overbeek is bekend

De titel van het nieuwe managementboek van Bert Overbeek is bekend. Het boek ‘Goden en Goeroes‘ zal eind november bij ons verschijnen, en dit is alweer het vierde boek van Overbeek dat bij ons zal verschijnen.

In zijn nieuwe boek zal Overbeek uitvoerig ingaan op diverse ‘inspiratiebronnen’ die we gebruiken. Van geloof tot spiritualiteit tot managementgoeroes: mensen hebben al eeuwenlang behoefte aan ‘inspiratie’ en ‘voorbeelden’. Het nieuwe boek van Overbeek zal eind november 2018 bij ons verschijnen, zowel als papieren boek als in e-book vorm.

De eerdere boeken van Bert Overbeek (‘Het Flitsbrein‘, ‘Mannen en/of Vrouwen‘ en ‘Diversiteit‘) behaalden allemaal een top-10 notering bij Managementboek.

Bert Overbeek komt met nieuw boek

Eind van het jaar zal een nieuw managementboek van Bert Overbeek verschijnen. Dit wordt alweer het vierde boek van Bert bij Futuro Uitgevers.

Sinds de start van Futuro Uitgevers zijn al drie boeken van Bert Overbeek bij ons verschenen, die allemaal een top-10 positie bij Managementboek hebben behaald. Het boek ‘Het Flitsbrein‘ bereikte plaats zeven, ‘Mannen en/of Vrouwen‘ kwam op nummer vijf en ‘Diversiteit‘ behaalde nummer drie als hoogste plek.

In zijn vierde managementboek bij Futuro Uitgevers zal Bert onder andere ingaan op de thema’s spiritualiteit en leiderschap. Dit boek zal eind november/begin december verschijnen.

 

Waar leren volwassenen iets?

Netflix heeft een interessante documentaire van Michael Moore momenteel. Moore reist naar Europa om ideeën voor de USA te ‘stelen’. Wat vooral naar voren komt, is de waarde die Europeanen hechten aan gezond leven. Vermindering van stress komt daarin voortdurend naar de voorgrond. Moore laat zijn Amerikaanse landgenoten zien hoe nuttig dat is.

Wat hij ook naar voren brengt, is hoe Duitsland met zijn oorlogsverleden omgaat. De Duitsers hebben de volledige verantwoordelijkheid daarvoor genomen. Ook in hun onderwijs. Zo zie je een jonge Duitser, die duidelijk maakt dat je als Duitser je geschiedenis niet weg moet moffelen. Zijn voorvaderen hebben zes miljoen joden naar de gaskamers gevoerd, en dat mag nooit meer gebeuren.

Moore vindt dat een voorbeeld voor de Amerikanen. Met name hoe zij met slavernij zijn omgegaan vindt hij een punt van aandacht. Dat zou je ook over Nederland kunnen zeggen. Veel Nederlanders moffelen het slavenverleden weg, met de opmerking dat je niet in het verleden moet blijven hangen. In plaats van ervan te leren. En dat er iets te leren valt, mag blijken uit het boek ‘Je brein de baas’ van André Aleman. Ik citeer hem.

‘De meeste Nederlanders vinden zichzelf niet racistisch. Als we sommige onderzoeken moeten geloven naar onbewust denken moeten geloven, ben je waarschijnlijk racistischer dan je denkt. (…) De test laat zien dat de meeste Amerikanen en Europeanen een automatische en onbewuste voorkeur hebben voor blanke mensen ten opzichte van zwarte mensen.’

Wie mijn boek Diversiteit heeft gelezen, zal zich hierover niet verbazen. Bij het beoordelen van mensen die er anders uitzien dan wij spelen oude stammenmechanismes een sterke rol. Biologische mechanismes, die we gemeen hebben met chimpansees en mieren, die behoorlijk kunnen vechten met andere stammen van hun soort. Wij mensen beschikken over een bewustzijn, dat ons dit natuurlijke gedrag kan laten sturen. We zijn dus niet machteloos tegenover onze eigen biologische mechanismes. We kunnen op ons zelf reflecteren.

Het wordt dus tijd voor een beetje zelfreflectie in een land en cultuur, die steeds meer te maken zal krijgen met mensen met een verschillende achtergrond. En daaraan kunnen organisaties een bijdrage leveren. Dat zijn bij uitstek de plaatsen waar volwassenen iets kunnen leren. Natuurlijk, het resultaat gaat voorop, samen met een goede werksfeer. Maar leren, met elkaar en van elkaar, is net zo goed een noodzaak op de werkplek.

Dat stressreductie daarbij van groot belang is, lijkt me logisch. De meeste mensen presteren zonder stress een stuk beter naar mijn mening. De documentaire van Moore laat dit ook zien. In Finland presteren de leerlingen het best, terwijl ze nauwelijks huiswerk hebben. Landen als Italië en Duitsland (en Nederland natuurlijk ook) hechten veel belang aan het genoegen van vrije tijd. Daarin kan je je opladen. En dan presteer je beter. Dus: wees jezelf bewust van de impliciete vooroordelen die je hebt, en wordt meer ontspannen. Dan heeft je organisatie het meest aan je. En de samenleving profiteert mee.